Group De Brabandere is een Belgisch familiebedrijf gespecialiseerd in beton en openbare werken. De onderneming heeft haar activiteiten de voorbije jaren sterk uitgebreid in Frankrijk en beschikt vandaag over verschillende betoncentrales in de regio Hauts-de-France. Ondanks die groei blijft het bedrijf trouw aan zijn kernwaarden: lokale verankering, kwaliteitsvolle dienstverlening en ondernemerschap. We spraken met Pieter De Brabandere over de geschiedenis van de groep, haar ontwikkeling over de grens en haar toekomstambities.
Om te beginnen: hoe is uw onderneming ontstaan en wat zijn vandaag haar belangrijkste activiteiten en waarden?
Group De Brabandere is in de eerste plaats een familieverhaal. Mijn overgrootvader Arthur Costenoble startte het bedrijf in het begin van de 20ste eeuw. Onze roots liggen in de landbouw, maar doorheen de jaren hebben we onze activiteiten geleidelijk uitgebreid naar transport, openbare werken en uiteindelijk beton met een betoncentrale in Veurne.
Elke generatie heeft bijgedragen aan die evolutie. Eerst kwamen transport en infrastructuurwerken, met projecten in wegenbouw, kanaalwerken en grondverzet. Die ontwikkeling maakt integraal deel uit van onze familiegeschiedenis. Het boek Des champs aux chantiers vertelt mooi hoe het bedrijf die weg heeft afgelegd.
Ondanks economisch moeilijke tijden bleven we in de jaren 80 investeren en ondernemen. Tegen het einde van dat decennium kreeg de activiteit openbare werken een nieuwe impuls, en vanaf tweeduizend volgde een nieuwe groeifase, met een sterke ontwikkeling van onze betonactiviteiten.
Wanneer werd Frankrijk een echte groeimarkt ?
Onze ontwikkeling in Frankrijk is stap voor stap verlopen. In eerste instantie breidden we onze transport- en infrastructuuractiviteiten uit, maar de grens vormde toen nog een natuurlijke beperking. Later hebben we bewust ingezet op de betonsector, wat nieuwe groeikansen creëerde.
Via verschillende overnames en nieuwe vestigingen konden we onze positie in Frankrijk versterken. Daarbij lag de focus steeds op een sterke regionale aanwezigheid in Hauts-de-France. Die regio was voor ons een logische keuze omwille van de geografische nabijheid. Onze eerste vestiging kwam er in 2015 in Loon-Plage, in de Haven van Duinkerke.
We zijn een Belgisch bedrijf, maar staan dicht bij Frankrijk, zowel geografisch als cultureel. Vandaag vertegenwoordigt Frankrijk dan ook een zeer belangrijk deel van onze activiteiten: 70 procent van onze omzet wordt naar schatting op de Franse markt gerealiseerd. Ook mijn persoonlijke band met Noord-Frankrijk heeft daarin een rol gespeeld. Ik voel me sterk verbonden met deze regio, wat onze ontwikkeling er zeker heeft versterkt.
Elf jaar na jullie vestiging in Loon-Plage, leidde de groei van Flandres Béton in Frankrijk onder meer tot de overname van verschillende betoncentrales. Hoe is die stap tot stand gekomen? Was het een opportuniteit of deel van jullie ontwikkelingsstrategie?
Dat was in de eerste plaats een kans om onze groei verder te versnellen. In 2016 kregen we de mogelijkheid om twee betoncentrales van Holcim over te nemen. Vervolgens hebben we onze aanwezigheid in Hauts-de-France verder uitgebouwd. Een belangrijk moment was de overname van zes betoncentrales in de regio Boulogne in 2023. Daardoor kwamen de sites van Calais, Ferques, Étaples, Wizernes, Lumbres en Hazebrouck bij de groep. Tegelijk groeide ook ons personeelsbestand aanzienlijk.
We zijn bijzonder trots dat we in de Haven van Duinkerke het contract voor de uitbreiding van een kaaimuur met 1 kilometer binnengehaald hebben. Een project van uitzonderlijke omvang.
Onze ambitie is echter niet om zoveel mogelijk betoncentrales te bezitten. Het belangrijkste is dat we dicht bij onze klanten en hun projecten aanwezig zijn, zodat we snel en lokaal kunnen inspelen op hun behoeften. Die lokale verankering vormt nog altijd de basis van onze groei.
Group De Brabandere lijkt zich de voorbije jaren bijzonder snel te hebben ontwikkeld in Frankrijk. Hoe verklaart u die groei?
Investeringen en gunstige opportuniteiten hebben uiteraard een rol gespeeld, maar voor mij blijft de menselijke factor doorslaggevend. We hebben allemaal dezelfde visie: we willen vooruit. En de betonsector was voor mij “een virus waartegen geen vaccin bestaat”.
In 2009 hebben we daarom besloten een Frans bedrijf op te richten om de markt rond Duinkerke te veroveren. Dat was bij aanvang niet eenvoudig, maar het is dankzij onze passie dat we geslaagd zijn in onze ontwikkeling.
Vandaag tellen onze activiteiten in België en Frankrijk samen meer dan 150 medewerkers. Ook financieel hebben we een sterk groeitraject afgelegd: van ongeveer 3 miljoen euro omzet in 2003 naar bijna 50 miljoen euro in 2025.
Welke verschillen ervaart u tussen de Belgische en Franse markt? Was de Franse regelgeving een uitdaging?
Er bestaan uiteraard administratieve en wettelijke verschillen tussen beide landen, maar die hebben we nooit als een echte hinderpaal ervaren. Het belangrijkste is dat je de markt begrijpt en je aanpast aan de lokale context.
Daarnaast hebben we vastgesteld dat de kwaliteit van de Franse arbeidskrachten bijzonder hoog is. Dat is een belangrijk element in onze ontwikkeling.
Een van de grootste uitdagingen bestaat erin een organisatie uit te bouwen waarin iedereen dezelfde visie en ambitie deelt. Uiteindelijk zijn het niet alleen technische competenties die een bedrijf doen groeien, maar vooral de mensen die samen aan hetzelfde doel werken.
Wij geloven bovendien sterk in lokaal investeren, economische activiteit creëren en bijdragen aan de ontwikkeling van de regio. Het industriële ecosysteem van Hauts-de-France biedt daarvoor heel interessante mogelijkheden.
Flandres Béton investeert sterk in duurzamer beton. Welke initiatieven neemt u op dat vlak?
Duurzaamheid wordt steeds belangrijker voor onze sector en krijgt ook binnen onze onderneming steeds meer aandacht.
We werken aan betonmengsels met een lagere CO₂-uitstoot, verhogen het gebruik van secundaire grondstoffen en zetten sterker in op recyclage. Ook circulaire economie speelt daarbij een belangrijke rol. Materialen moeten zoveel mogelijk opnieuw worden ingezet en gevaloriseerd, in plaats van als afval te eindigen.
Daarnaast investeren we voortdurend in onze installaties om hun milieu-impact verder te beperken. We beseffen dat er nog werk aan de winkel is, maar we zijn ervan overtuigd dat deze transitie noodzakelijk is voor de toekomst van onze sector.
Als u vandaag terugkijkt op het parcours van Flandres Béton, zou u dezelfde keuzes opnieuw maken?
Absoluut. Ik heb geen spijt van de keuzes die we hebben gemaakt. Vandaag staat de vierde generatie aan het roer, de generatie die de ontwikkeling in Frankrijk heeft vormgegeven.
We zijn altijd een familiebedrijf gebleven dat kansen grijpt zonder zijn waarden uit het oog te verliezen: dienstverlening, kwaliteit en lokale verankering. Die verankering is voor ons zowel een belangrijke verwezenlijking als een absolute noodzaak.
Ze vormt volgens mij een essentiële succesfactor. Daarnaast heb ik de eer om de komende zes jaar voorzitter te zijn van Voka Hauts-de-France.
Er liggen er nog tal van projecten en ontwikkelingsmogelijkheden in het verschiet. Ons Frans-Belgisch verhaal is nog lang niet geschreven!